Belladonna droog extract en tinctuur zijn niet langer beschikbaar. Wat nu?

Belladonna droog extract en tinctuur zijn afkomstig van de plant Atropa belladonna. Deze plant kent een sterke anticholinerge werking.
De tropaanalkaloïden van de plant (hyoscyamine, scopolamine en derivaten) zijn verantwoordelijke voor het farmacologische effect én toxiciteit, zelfs bij lage dosissen.
Gezien dit toxische karakter kan er geen één op één alternatief voorgesteld worden.
Belladonna wordt in bereidingen vaak in combinatie met andere actieve stoffen voorgeschreven voor de behandeling van uiteenlopende aandoeningen.  Wat als alternatief kan voorgeschreven worden, hangt af van de precieze diagnose en indicatie.  Er dient dus te allen tijde overlegd te worden met de voorschrijvende arts.

Belladonna wordt (voornamelijk) voor volgende therapeutische effecten voorgeschreven:
– Spasmolytica/krampstillend (gastro-intestinaal, urogenitaal, respiratoir)
– Anticholinergische eigenschappen (verminderen secreties)
– Sederend effect

Volgende farmaceutische grondstoffen kunnen aan de arts voorgelegd worden. Ook hier benadrukken we opnieuw dat dit enkel na overleg met de arts kan gebeuren.
– Spasmolytica/krampstillend: scopolaminebutylbromide (=butylhyoscine bromide/butylscopolamine bromide), mebeverinehydrochloride, papaverinehydrochloride
– Anticholinergische eigenschappen: atropinesulfaat
– Sederend: valeriaan droog extract en vloeibaar extract, passiflora droog extract/tinctuur

Er bestaan ook een aantal plantaardige opties. Deze zijn echter niet altijd beschikbaar als farmaceutische grondstof en bijgevolg niet (altijd) mogelijk als magistraal alternatief. Onderstaande oplijsting is vnl. informatief bedoeld.
– Spasmolytica/krampstillend: pepermunt, kamille, venkel
– Anticholinergische eigenschappen: tijm, koningskaars
– Sederend: valeriaan, citroenmellise, passiflora
Er wordt ten stelligste afgeraden om andere tropaanalkaloïden te gebruiken gezien de gehaltes tropaanalkaloïden onduidelijk kunnen zijn.

Met dank aan de docudienst van APB voor hun ondersteuning in dit antwoord.

Kan vitellinezilver gebruikt worden voor de bereiding van collargol suppo’s?

De toepassing van zilver(varianten) zijn doorgaans antiseptisch en adstringerend bij wonden en slijmvliezen.

Zowel colloidal zilver als vitellinezilver worden onder dezelfde grondstof (silver protein) besproken in de Martindale.
Echter hebben ze beiden wel een ander CAS nummer en worden ze geanalyseerd volgens verschillende monografiën.
Voor vitellinezilver wordt er verwezen naar ‘mild silver protein’. Bij het stukje profile lezen we dat een mild silver protein minder irriterend, maar ook minder actief is.
Beiden kunnen echter wel in oogdruppels als op slijmvliezen gebruikt worden.

Voor de verhouding/concentratie te bepalen, kan naar de analysecertificaten gekeken worden.
Voor beide grondstoffen wordt een assay (gehaltebepaling) uitgevoerd.
Deze ligt in lijn met wat in de Martindale wordt besproken.